“Alopecia zit nog steeds in een verstophoekje”

Daar stond ik dan, poedelnaakt en kaal, tegenover vijf witte jassen van Dermatologie.

Niet lang daarvoor was ik, na ruim een jaar tobben met haaruitval, binnen een week al mijn haar verloren. Mijn toenmalige haarwerkleverancier, een eerlijke vrouw, had er geen doekjes om gewonden. Voor alopecia universalis, vertelde ze, waren vele behandelingen en middelen, maar niets hielp. Althans, niet de patiënt…

Ik geloofde haar. Maar hoop zet een mens nu eenmaal aan tot actie. Dus maakte ik – tegen beter weten in – een afspraak met de poli Dermatologie van het VUmc in Amsterdam.

In de wachtkamer werd ik opgehaald door een coassistent. Ik zag een vriendelijk gezicht en een vleugje ongemak. Hij stelde zich voor en verwoordde wat ik direct had gezien: “Zoals je ziet heb ik ook alopecia.”

In de behandelruimte zaten vijf witte jassen achter een tafel. Het leek wel een commissie. De vrouw in het midden was blijkbaar de voorzitter; ze doorliep een vragenlijst met me. En toen kwam de onvermijdelijke vraag: “Laat eens zien.”

Ik dacht: “Je ziet toch dat ik geen wimpers en wenkbrauwen heb.”
Ik dacht: “Ik zeg je toch dat ik geen haar heb.”
Ik deed mijn haarwerk af.
De coassistent met alopecia sloeg zijn ogen neer.

Ze wilden de rest van mijn lichaam ook zien. Om te checken of ik in aanmerking kwam voor de behandeling. Iets met lichttherapie. Iets met een irriterend zalfje. Ik weet het niet meer. Het doet er niet toe.
De ‘voorzitter’ wees naar het kleedscherm in de hoek.

Verdwaasd liep naar het kleedscherm.
Halverwege bedacht ik me dat mijn haarwerk op tafel lag.

Achteraf zeg ik: nee hoor, zoiets zou ik nooit doen. Ik zou de deur uitlopen!

Maar dat deed ik niet. Ik deed mijn kleren uit. Ik ging het hokje uit.
De commissie stelde met vier paar ogen vast wat al vaststond.
De coassistent met alopecia keek niet op.
Ik deed mijn kleren weer aan.
De coassistent met alopecia wierp me een begripvolle blik toe.
Ik gaf hem een hand.
Ik ben nooit meer teruggegaan. 

De moraal van dit verhaal?
Hoop doet leven, maar trek vooral je grenzen. Neem liever je eigen lot in handen dan je over te leveren aan (sorry, ik zeg het toch) arrogante behandelaars die je eigenlijk niets te bieden hebben.